Een werkgever die een elektrische bedrijfswagen ter beschikking stelt van zijn werknemer kan de elektriciteitskost van het thuisladen terugbetalen. Om niet op een extra voordeel alle aard te worden belast moet deze terugbetaling de werkelijke elektriciteitskost dekken. Aangezien het vaststellen van deze werkelijke elektriciteitskost een aantal moeilijkheden met zich meebrengt heeft de fiscus een tolerantie ingevoerd. De werkgever mag de verbruikte elektriciteit terugbetalen op basis van een vast bedrag per kWh mits dit niet hoger is dan het zogenaamde CREG-tarief rekening houdend met de woonplaats van de werknemer.
Deze regeling geldt eveneens voor bedrijfsleiders van vennootschappen.
Het CREG-tarief wordt per kwartaal en per Gewest vastgesteld en bekendgemaakt door de fiscus:
Periode | Vlaams Gewest | Brussels Gewest | Waals Gewest |
1e kwartaal 2025 | 0,2822 EUR/kWh | 0,3294 EUR/kWh | 0,3256 EUR/kWh |
2e kwartaal 2025 | 0,3184 EUR/kWh | 0,3585 EUR/kWh | 0,3617 EUR/kWh |
3e kwartaal 2025 | 0,3456 EUR/kWh | 0,3787 EUR/kWh | 0,3843 EUR/kWh |
4e kwartaal 2025 | 0,3070 EUR/kWh | 0,3356 EUR/kWh | 0,3457 EUR/kWh |
1e kwartaal 2026 | 0,3132 EUR/kWh | 0,3426 EUR/kWh | 0,3523 EUR/kWh |
2e kwartaal 2026 | 0,3191 EUR/kWh | 0,3555 EUR/kWh | 0,3636 EUR/kWh |
Als werkgever kan ook worden gekozen om de verbruikte elektriciteit terug te betalen zonder rekening te houden met de woonplaats van de werknemer. Er wordt dan één forfait toegepast voor alle werknemers. In dat geval moet worden uitgegaan van het 'laagste' CREG-tarief dat geldt in één van de Gewesten voor het betrokken kwartaal. Wanneer deze keuze wordt gemaakt, geldt zij voor het gehele kalenderjaar.